dinsdag 24 juli 2012

Foto-tutorial stekenmarkeerders

Dacht ik bij mijn eerste lace patroon nog dat ik het wel zonder stekenmarkeerders kon, ik was er al snel achter dat me dat toch niet lukte. Inmiddels heb ik een aardige collectie markeerders, zowel grote als kleine.
Natuurlijk werken elastiekjes ook, maar die ploppen bij mij zo snel van de pennen af als ik ze over wil zetten, omdat ze te licht zijn. Daarom gaat mijn voorkeur uit naar stekenmarkeerders van kralen. En het ziet er nog gezellig uit ook!

Omdat ik de vraag kreeg hoe je zoiets nu eigenlijk maakt, heb ik een foto-tutorial gemaakt.


De benodigdheden (v.l.n.r.) een kniptang, een spitsbektang, een rondbektang. Verder heb je nodig verzilverd draad van 0,6 mm en iets om de oogjes omheen te kunnen draaien. Ik gebruik een klein trechtertje maar een pen kan ook.
Bij de de rondbektang is het belangrijk dat de bekjes van de tang goed op elkaar aansluiten. Als ze krom zijn kun je niet meer met de tang werken. Een spitsbektang is nodig omdat een platbektang je oogjes hoekig zal knijpen.


Verder heb je verschillende soorten kralen nodig (zowel met een klein als met een groot gat) en knijpkralen. De knijpkralen moeten zo groot zijn dat er 2 draadjes van 0,6 mm doorheen passen.


Knip een stuk draad af en trek het met behulp van je tangetjes recht. Afhankelik van je soort draad, zul je echt voelen dat het een stukje rekt. Kijk uit dat het draad niet uit je tangen springt en in je ogen komt!
Het draad wordt hierdoor rechter en ook wat harder.


Pak met je rondbektang het draad ca. 4 cm van onderen vast en klap het dubbel. Doe vervolgens één klein kraaltje om het draad.


Doe één of meer kralen met een groot gat over beide draden heen. Wanneer je tevreden bent over je compositie doe dan een knijpkraal over beide draden heen en knijp hem aan met de spitsbektang. Knip voorzichtig het kortste draadeindje weg, let daarbij goed op dat je niet in de andere draad knipt.


Doe nog wat kleine kraaltjes op de enkele draad en knip de draad ca. 2,5 cm boven de laatste kraal af.


Pak met je rondbektang het uiteinde van het draad beet en 'rol het op'. Let hierbij op dat je dat niet helemaal op het uiteinde van je tang doet: het oogje wordt dan te klein en wil later niet meer over de knijpkraal van het ophangoog heen. Dat is irritant bij het breien.


Rol het hele eindje op. Wanneer het een slordig rolletje wordt, kun je het voorzichtig wat plat knijpen met je platbektang. Pak vervolgens het rolletje beet en geef het een klein 'knikje' naar achteren. Zo komt het oogje mooi recht boven de kralen te zitten.


Rol een nieuw stukje draad om het trechtertje. Ga daarmee door tot je een soort 'veer' hebt.



Rek de veer iets uit zodat je makkelijker kan knippen. Knip iets meer dan één volledige ronding af. Dat is nodig omdat je een stukje overlap nodig hebt waar de knijpkraal het oog straks kan sluiten.


Hang je markeerder aan het oog en doe er ook een knijpkraal aan. Doe nu beide uiteinden van het oog door de knijpkraal en knijp de knijpkraal aan met je spitsbektang.


Je markeerder is klaar!

Note: Je kunt ook een knijpkraal onder aan je markeerder doen. Dat werkt even goed maar met een dubbele draad is de markeerder wat mooier afgewerkt.

Afhankelijk van de dikte van de breipennen waarvoor je de markeerders nodig hebt, kun je de oogjes van verschillende grootte maken. Grote oogjes op dunne pennen werkt niet zo prettig.

Karin


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen